|
|
|
|
|
|
Met het neerzetten op straat van al haar persoonlijke bezittingen begint een jonge vrouw een zoektocht naar zichzelf. De eenzaamheid die ze zoekt, vindt ze in de sobere landschappen van het Ierse Connemara. Op een dag treft ze in een afgelegen huis op een landtong een oudere man die een teruggetrokken bestaan leidt en voornamelijk leeft van de goede dingen die het land en de zee hem bieden. Hij is wijs en ironisch. Zij is radicaal en onverzettelijk. Wat hen verbindt is de eenzaamheid waar ze beiden voor gekozen hebben. Hij vraagt haar voor hem te komen werken in ruil voor eten. Zij gaat akkoord, maar op één voorwaarde: geen persoonlijk contact, geen persoonlijke vragen, maar uitsluitend een werkrelatie. Desondanks ontstaat er langzaamaan een intrigerende band tussen hen. Dat betekent niet dat hun deal over het vermijden van persoonlijke informatie opgeheven kan worden, want hij weet dat iedere poging om dichterbij haar te komen kan betekenen dat zij hem verlaat. En voor haar staat het tonen van belangstelling gelijk aan het opheffen van haar zelfverkozen eenzaamheid. Toch is het onvermijdelijk dat de twee steeds meer naar elkaar toegroeien. Wie zet de eerste stap? |
|